‘Wie niet springt is moslim’: racisme in Spanje overschaduwt WK-oefenduel

‘Wie niet springt is moslim’: racisme in Spanje overschaduwt WK-oefenduel

Tijdens de vriendschappelijke interland Spanje-Egypte (0-0) op 31 maart scandeerde een deel van het publiek islamofobe leuzen richting de Egyptische spelers, meldt Yabiladi. Lamine Yamal veroordeelde het gedrag openlijk. Socioloog Mehdi Alioua plaatst de incidenten in een breder Europees patroon van extreemrechts gebruik van voetbalstadia als politiek podium.

Leuzen die niet voor het eerst klinken

In het RCDE-stadion van Cornellà, thuisbasis van Espanyol in de buurt van Barcelona, klonk het herhaaldelijk: “Wie niet springt is moslim.” Het Egyptische volkslied werd uitgejouwd. De Spaanse voetbalbond (RFEF) veroordeelde de incidenten, maar bleef vaag over concrete maatregelen.

Lamine Yamal, Spaans international en zelf moslim, liet zich niet onbetuigd. “Ik weet dat het gezang gericht was op de tegenstander, niet persoonlijk tegen mij, maar voor een moslim is het altijd respectloos en onacceptabel,” schreef hij op Instagram. Religie gebruiken als provocatie op het veld maakt je volgens hem “ignorant en racistisch”.

Extreemrechts vindt zijn tribune

Mehdi Alioua, socioloog aan Sciences Po en de Université internationale de Rabat (UIR), wijst op een structureel patroon. Op clubniveau is islamofoob en racistisch gedrag in stadions “veel frequenter”, vooral in delen van Italië, Frankrijk en Spanje, “waar bepaalde stadionsecties worden bezet door extreemrechtse groepen die voetbal gebruiken als platform voor politieke boodschappen.”

Alioua ziet dit als onderdeel van een bredere verschuiving. “In de afgelopen twee tot drie decennia heeft identitair nationalisme, vaak verbonden met extreemrechtse ideologieën, wereldwijd terrein gewonnen.” Extreemrechtse bewegingen kanaliseren publieke woede vandaag effectiever dan linkse groepen, wat hun aanwezigheid in stadions verklaart.

Spanje draagt historische bagage

Voor Spanje specifiek gaan de wortels dieper dan het hedendaagse populisme. Alioua wijst op “de Inquisitie en langdurige vervolgingen van moslims en joden” als historische grond waarop anti-moslimsentiment is gegroeid. Stereotypen over Noord-Afrikanen als gevaarlijk of inferieur zijn “wijd verspreid in films uit het koloniale tijdperk en nog steeds verankerd in het collectieve geheugen in landen als Frankrijk en Spanje.”

Hetzelfde mechanisme speelde recent rond de Africa Cup of Nations-finale 2025 tussen Marokko en Senegal. Alioua: “Aan beide zijden is de vijandige retoriek soms in racisme omgeslagen, door Senegalese spelers als gewelddadig of Marokkanen als oneerlijk voor te stellen.” Een koloniaal erfgoed dat hardnekkig voortleeft, ook tussen Afrikaanse landen onderling.

Zichtbaarder, niet per se erger

Alioua nuanceert de conclusie dat racisme simpelweg toeneemt. “Het is belangrijk in te zien dat racisme niet noodzakelijk in absolute termen toeneemt, maar dat de uitdrukking ervan zichtbaarder is geworden.” Smartphones en sociale media documenteren wat vroeger onopgemerkt bleef.

Met het WK 2026 in aantocht, mede georganiseerd door Marokko, wordt de vraag urgenter: hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van bonden als de RFEF als de tribunes hun stadions inzetten voor iets wat het veld allang overstijgt?

Het laatste nieuws

Lees ook