Werkloosheid daalt in Marokko, maar jongeren blijven ver achter
Het Marokkaanse werkloosheidspercentage daalde in het tweede kwartaal van 2026 naar 9,5 procent, van 10,8 procent in het eerste kwartaal. Dat blijkt uit de nieuwe Enquête sur la Main-d’œuvre (EMO 2026) van het Haut-Commissariat au Plan (HCP), het Marokkaanse statistiekbureau. In totaal kwamen er 279.000 betaalde banen bij, een stijging van 2,7 procent in één kwartaal.
Nieuwe meetmethode, nieuwe cijfers
Het HCP publiceert deze resultaten voor het eerst via de EMO 2026, een vernieuwde enquête die de oude Enquête nationale sur l’emploi vervangt en aansluit bij de meest recente normen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). De methode introduceert een striktere definitie van werkloosheid en een bredere meting van onderbenutting van arbeidskrachten. Het HCP benadrukt expliciet dat de nieuwe cijfers niet rechtstreeks vergelijkbaar zijn met die van de vorige enquête: wie de 9,5 procent naast eerdere jaarcijfers legt, vergelijkt appels met peren.
Wat de cijfers wel laten zien, is de beweging binnen 2026 zelf. Het aantal werklozen daalde van 1,253 miljoen in het eerste kwartaal naar 1,121 miljoen in het tweede, een daling van 132.000 mensen.
Diensten trekken de kar
Van de 279.000 nieuwe banen kwamen er 166.000 uit de dienstensector, gevolgd door de industrie met 47.000, de bouw met 42.000 en landbouw, bosbouw en visserij met 28.000. De dienstensector is de grootste werkgever van het land: 5,251 miljoen mensen werken er, bijna de helft van iedereen met een betaalde baan.
De werkloosheid daalde zowel in steden als op het platteland. In stedelijk gebied ging het percentage van 13,5 naar 11,9 procent, in landelijke gebieden van 6,1 naar 5,4 procent. Het HCP presenteert de brede spreiding over regio’s en sectoren als een positief signaal.
Jongeren en vrouwen: het andere verhaal
Achter het nationale gemiddelde van 9,5 procent zitten grote verschillen. Bij vrouwen ligt de werkloosheid op 14,8 procent, bij mannen op 8,1 procent. Vrouwen vertegenwoordigen bovendien slechts 21,5 procent van de totale beroepsbevolking, met een arbeidsparticipatie van 18,1 procent tegenover 66,5 procent bij mannen.
Bij jongeren tussen 15 en 24 jaar staat de teller op 27,2 procent, ondanks een daling van 2 procentpunten ten opzichte van het vorige kwartaal. De bredere maatstaf die het HCP hanteert, de zogeheten samengestelde onderbenutting die werkloosheid, onderwerk en potentiële beroepsbevolking combineert, zit voor die leeftijdsgroep op 41,7 procent. Het nationale gemiddelde voor diezelfde maatstaf daalde van 22,5 naar 18,9 procent.
De totale beroepsbevolking telt inmiddels 11,764 miljoen mensen, 147.000 meer dan in het eerste kwartaal.
De volgende kwartaalcijfers van het HCP worden verwacht in het najaar van 2026.