Tien jaar verbannen van sociale media: Marokko betreedt juridisch onbekend terrein

Tien jaar verbannen van sociale media: Marokko betreedt juridisch onbekend terrein

Drie vonnissen in Tanger leggen veroordeelden een totaalverbod op sociale media op voor tien jaar, meldt Médias24. De zaken draaien rond TikToker Adam Benchekroun, zijn moeder en contentcreator “Moulinex”, veroordeeld voor onder meer mensenhandel. Het is een sanctie zonder expliciete wettelijke grondslag in Marokko, en de vragen die ze oproept zijn groter dan het vonnis zelf.

Wat er precies is beslist

Benchekroun werd in januari veroordeeld tot drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In hoger beroep werd dat twee jaar, maar het verbod op sociale media bleef staan. Zijn moeder en “Moulinex” kregen elk zes jaar cel, eveneens gecombineerd met een tienjarig platform-verbod. Drie rechters, twee instanties, één ongekende lijn.

Marokko kent geen wettelijke bepaling die zo’n algemeen verbod uitdrukkelijk mogelijk maakt. Juristen wijzen op artikel 87 van het Strafwetboek, dat activiteiten kan verbieden als de inbreuk er rechtstreeks mee verband houdt. Maar of een TikTok-account een “activiteit” is in de zin van dat artikel, is een open vraag.

Grondwet versus veiligheid

De Marokkaanse grondwet garandeert vrijheid van meningsuiting, met ruimte voor beperkingen op grond van openbare orde en bescherming van andermans rechten. Maar een totaalverbod op alle sociale media gaat verder dan een gerichte maatregel. Het sluit iemand uit van een ruimte die inmiddels centraal staat in werk, informatie en publiek leven.

Het Amerikaanse Hooggerechtshof sprak zich in 2017 unaniem uit tegen een vergelijkbare wet in North Carolina. In de zaak Packingham vs. North Carolina oordeelden de rechters dat sociale media een essentiële ruimte voor expressie zijn geworden, en dat een algemeen verbod een onevenredige inbreuk vormt op de vrijheid van meningsuiting. Dat arrest heeft geen bindende kracht in Marokko, maar het voedt het debat wel degelijk.

Uitvoering: het echte probleem

De juridische discussie is relevant. De praktische is urgenter. Hoe handhaaf je zo’n verbod?

Anders dan een beroepsverbod, dat via beroepsorganisaties te controleren valt, bestaat er geen centraal mechanisme voor sociale media. Platforms als Meta werken beperkt mee met gerechtelijke autoriteiten, afhankelijk van rechtsgebied en technische mogelijkheden. Een nieuw account aanmaken onder een andere naam kost minuten.

Het Franse voorbeeld spreekt boekdelen. Influencer “AD Laurent” verloor zijn TikTok-account na een ministeriële interventie, maar migreerde gewoon naar Twitch en YouTube. Uitsluiting van één platform is geen uitsluiting uit de digitale ruimte.

Schending van het verbod levert in theorie nieuwe strafvervolging op. In de praktijk hangt alles af van de vraag of autoriteiten de schending überhaupt kunnen opsporen.

Recht loopt achter

Marokko is niet het enige land dat experimenteert. In het Verenigd Koninkrijk verbood een rechter in 2024 een veroordeelde het gebruik van AI-beeldgeneratoren. Het patroon is overal hetzelfde: rechters zoeken naar nieuwe sancties voor digitale inbreuken, maar de wetgeving loopt structureel achter op de technologie.

De drie vonnissen in Tanger zijn geen eindpunt. Ze zijn het begin van een vraag die Marokko, en elke rechtsstaat, vroeg of laat moet beantwoorden: hoever mag de strafrechter reiken in de digitale ruimte, en wie controleert dat?

Het laatste nieuws

Lees ook