Spaanse fans, islamofobe leuzen en vijf eeuwen onverwerkt verleden
Tijdens een vriendschappelijke interland tussen Spanje en Egypte scandeerden Spaanse supporters islamofobe leuzen. MoroccoWorldNews schrijft dat wat er op de tribunes gebeurde geen incident was, maar een symptoom van iets dat veel dieper zit.
Geen uitschuiver, maar een patroon
Wie de wedstrijd afdoet als een incident met een paar rotte appels, mist de context. In Spaanse stadions is racisme al jaren zichtbaar aanwezig. Braziliaans international VinÃcius Júnior werd er de afgelopen seizoenen keer op keer mee geconfronteerd. De gezangen tegen Egyptische spelers passen in datzelfde rijtje. Het verschil is dat dit nu op het niveau van nationale teams speelde, met bijbehorende diplomatieke lading.
De opkomst van extreemrechts in Spanje, met partijen die het ‘Great Replacement’-narratief omarmen, verklaart een deel van de verharding. Maar wie de verklaring daar laat stoppen, slaat de eeuwen daarvoor over.
1492 als breukpunt
Spanje verdreef in 1492 moslims van het Iberisch Schiereiland. Sindsdien is een groot deel van de Spaanse intellectuele en politieke elite bezig geweest dat verleden van zich af te schudden. Het islamitische erfgoed van Al-Andalus werd geen bron van trots, maar een stigma dat het Spaanse lidmaatschap van de westerse beschaving zou bezoedelen.
Die reflex werkte door in schoolboeken. Uit het academische werk Islam in the Classroom blijkt dat Spaanse leerboeken generaties lang een vertekend beeld van islam en moslims hebben gepresenteerd. De profeet Mohammed als ketter, moslims als cultureel inferieur, islamitische samenlevingen als achterlijk. Schrijvers als Diego de Haedo en Luis del Mármol Carvajal legden in de zestiende en zeventiende eeuw een fundament van vooroordelen dat vervolgens in kranten, volksliedjes en klaslokalen doordrong.
Marokko als projectiescherm
Marokko droeg daarin een bijzondere last. De geografische nabijheid maakte het land tot het ideale projectiescherm voor Spaanse angsten en minachting. Spaanse schoolboeken verzwijgen het gebruik van gifgas door het Spaanse leger tegen de bevolking van de Rif in de jaren twintig. Ze beschrijven de koloniale aanwezigheid in Noord-Marokko als vriendelijk en beschermend, en stellen dat Spanje uit eigen beweging vertrok, waarna Frankrijk gedwongen was te volgen. De werkelijkheid van terreur, gedwongen dienstneming en systematische vernedering past niet in dat verhaal.
Verontschuldiging als lakmoesproef
Premier Pedro Sánchez werd de afgelopen weken geprezen om zijn kritische houding tegenover het westerse beleid rond Iran. Dat lef is reëel. Maar Spanje heeft zich nooit officieel verontschuldigd tegenover de moslims die in 1492 werden verdreven, terwijl het dat wel deed tegenover de joodse gemeenschap. Een veroordeling van de spreekkoren op de tribune volstaat niet als de structurele oorzaken onaangeroerd blijven.
Zolang Spaanse schoolboeken niet worden herzien en de koloniale geschiedenis in Marokko niet eerlijk wordt benoemd, blijven de tribunes een spiegel van wat er in de klas niet wordt verteld. Dat is het inzicht dat de verontwaardiging van dit weekend overstijgt.